Gisteren vond in Leuven een ontmoetingsdag plaats over Appreciative Inquiry, georganiseerd door het Lerend Netwerk “Ontwikkelen vanuit talent en bezieling”.
Wat zalig om eens als deelnemer op een congres aanwezig te zijn. Beroepsmisvorming maakte evenwel dat ik informatie downloadde in mijn “wat voor impro-format kunnen we hier straks op plakken?”-schuif. 
Nu, sowieso stond dit thema dicht bij impro, dat was ook mijn drijfveer om er heen te gaan.
“Appreciative Inquiry”, is dat niet gewoon “gezond boerenverstand”? vroeg iemand in de gang voor aanvang van het congres. (Zelf vraag ik me af, “Appreciative Inquiry”, is dat niet gewoon EHNO, Eerste Hulp Na Onderwijs ?)
De keynote speaker relativeerde de boerenverstand-opmerking enigszins, maar onderstreepte toch dat het inderdaad “no-nonsense” is en “basic”. Ook Professor René Bouwen bracht dat aan, toen hij aanstipte dat organisaties die er onmiddellijk vlam door vatten eigenlijk al door het A.I-principe aangestoken waren, dat dit hen reeds dreef.
Het is dus geen theorie dat je van a tot z moet gestudeerd en doorworsteld hebben om in staat te zijn om het toe te passen. Er zíjn al sterke A.I.-mama’s of papa’s, -collega’s, -vrienden, -bazen,.. en die zijn er ook al altijd geweest.
De man die de term als eerste gebruikte, David Cooperrider, eigent zich A.I. als theoretisch model dan ook niet toe: het behoort aan velen.
Wil de eenvoud van het theoretisch concept dan zeggen dat het minder waardevol is voor organisaties en bedrijven, en voor de leiders van vandaag ?
Neen in tegendeel!
De praktijk bewijst immers hoe “niet gewoon” we het over het algemeen zijn om:
- naar oplossingen te kijken in plaats van naar problemen
- naar mogelijkheden in plaats van naar oorzaken, fouten en zondebokken
- naar talenten in plaats van naar gebreken
Mensen zijn vaak super-verrast als ze ontdekken hoezeer het “ja maar” patroon in hun dagelijks leven gesleten is, en hoe bevrijdend kan zijn naar een meer creatieve modus over te schakelen en zich te storten in het ongekende. Over te schakelen naar de “Ja en”-modus. A.I. brengt voor mensen en organisaties soms gigantische verschuivingen teweeg, getuige de verhalen van mensen uit het A.I.-lerend netwerk.
Wil de eenvoud van het concept dan zeggen dat het gemakkelijk is?
Het is niet moeilijk, maar net zoals bij improviseren vraagt het training (om je gewoonte-patronen te doorbreken) en de bereidheid om uit je vertrouwde denkkaders te stappen.
En om onbevooroordeeld en diép te luisteren. Het vraagt discipline om hier steeds beter in te worden. Ik weet ook niet of ik ooit een punt zal bereiken waarop ik denk “Nu kan ik het.”
Iets of iemand waarderend benaderen vraagt dat je bereid bent een duik te nemen in het onbekende. Dat je de ander vertrouwen schenkt, zodat die voluit vanuit zijn kern kan “dromen”. Dat je de controle wil en kan loslaten: de controle om dat iets of iemand in bepaalde bewust of onbewust vooropgestelde sjablonen te doen passen.
En net zoals bij verhalen bouwen: het gaat niet om wat “realistisch” is, wel om wat MOGELIJK is.
Als je deze principes samen gaat toepassen, kom je direct tot tot co-creatie.
Net de bescheidenheid en de toegankelijkheid van de A.I.-principes spreekt me aan. En zoals uit vorige alinea reeds blijkt, de treffende gelijkenissen met het impro-gedachtengoed. Een kick-off bijeenkomst enkele jaren geleden voor het vuurwerkt-project van Stebo, waar Inspinazie impro op maat bracht, was onze eerste kennismaking met A.I. In het voorbereidende gesprek dat ik had met Griet Bouwen, wisten we direct: we spreken dezelfde taal!
“Improvisatie” en “A.I.” samen googelen levert interessante artikelen op.
Een passage uit een van de pagina’s die je op die manier tegenkomt (van “The Positive Principle: Building Your Capacity for Improvisation and Appreciative Inquiry”):
Improvisation, like AI, is founded on a positive principle—the principle of Say, “Yes, and . . .” (Meyer, 2000: 63). Improvisers must accept (or say, “yes”) to anything they discover on stage, receive from another player or the audience. They cannot stop at acceptance, however, they must move the action forward by adding their own discoveries (saying, “and . . .”). This positive orientation is the foundation for improvisation success, as it is for all creative collaborations in business and life.
De linken die gisteren naar boven kwamen waren trouwens niet enkel inhoudelijk, maar ook “in de vorm”, en dat vond ik schoon…
Wim Roosens van Pedagogisch Centrum Wagenschot vertelde gisteren in een van de workshops dat A.I. bij hen pas echt ingang is beginnen vinden toen de trekkers beseften dat ze moesten stoppen met erover praten, en het gewoon moesten gaan zijn. Hij versterkte dit met een mooie variant op een theatraal citaat: To be A.I. or not to be A.I., that is the question.
Er werd aan mensen die wereldcongressen A.I. hadden bijgewoond gevraagd wat deze congressen zo bijzonder maakte. Ik hoorde:
- de snelheid waarmee honderden mensen zich met elkaar verbonden voelden
- de diepgaande directe uitwisselingen
- het spontane aanbod van mensen om dingen te doén en te brengen op het congres
- het feit dat wat je er meemaakt nog een heel jaar blijft nazinderen
- de lange tijd die nodig is om afscheid te kunnen nemen na afloop 
Ik heb dit ook meegemaakt. Tijdens het laatste wereldcongres van het Applied Improvisation Network. Het was de eerste keer dat ik er heen ging en het was een heerlijke ervaring. Via Inspinazie maak ik zeer veel congressen en studiedagen mee en nog nooit had ik dit gevoeld: iedereen is met volle goesting aanwezig, en neemt de volle verantwoordelijkheid voor wat hij uit het congres kan halen. De synergie tussen de speelsheid en de leerbereidheid. Ook hier dus een link..
En een vormelijk detail dat te mooi lijkt om echt toevallig te zijn, zijn de initialen van Appreciative Inquiry en Applied Improvisation.
Ik ben ervan overtuigd dat A.I. en A.I. een mooi huwelijk kunnen aangaan