Arme taal

foto: Mlouise van-Geel

Gisteren hadden we een fijn en succesvol fysical impro – experiment tijdens het Vlaams Improfestival.

Tijdens een van de oefeningen gebeurde iets waardoor ik plots iets anders begreep.
Twee mensen moesten tegenover elkaar zitten en de opdracht was: “De ene laat zijn rechterhand iets doen, de ander laat dat binnenkomen en reageert met zijn eigen rechterhand.”
Het duurde een aantal rondjes voor het ten volle “werd” wat het kan worden. Wat hinderde was de taal voor het geven en ontvangen van de opdracht en onze eigen vooronderstelde restricties (ik mag niet verder doen als de ander begint te reageren, ik mag niet meer bewegen dan mijn hand, ..). Het toonde weer zo goed hoe ingewikkelder we dingen vaak maken dan ze zijn. Ik beseft dat ik “dit” met Daan (4) zou kunnen doen zonder hem iets uit te leggen, door er gewoon mee beginnen. Het spel van actie en reactie, wat we allemaal zoveel met babies doen.
Tijdens navormingen impro/drama in de klas aan kleuterleiders valt me vaak op hoe sommigen er herhaaldelijk stellig van overtuigd zijn dat een bepaalde oefening te moeilijk is, terwijl ik zeker weet dat dat niet zo is.
Misschien, en dat is wat me te binnen viel, is het de taal die ze dénken nodig te hebben om een oefening aan te brengen die het moeilijk maakt. En ook het feit dat ze aan een (muzische) opdracht allerlei interpretaties en bijkomende onnodige twijfels en bedenkingen geven. Nog meer taal dus! Ze projecteren vervolgens deze “volwassen” mentale activiteit op kinderen en denken dan dat het voor hun leeftijd te ingewikkeld zal zijn.
Muzische oefeningen zijn vaak ook niet strikt afgelijnd, eenzelfde oefening kan bij elke groep iets anders worden. De leerinhoud wordt mee vormgegeven door de lerenden (trainer incluis). “De brug bouwen terwijl je erover loopt.”
Net zoals een geïmproviseerd verhaal.

Ik vond het erg fijn om samen met Manu Luyten een sessie fysical impro te begeleiden en heb bewondering voor hoe hij niet alleen in het materiaal, maar ook in de manier waarop hij het aanbrengt, zeer zuinig omgaat met taal, en hoe verrijkend dat kan werken.
“Taal is voorlopig het meest redelijke middel dat we ontdekt hebben om niet helemaal naast elkaar te leven.” hoorde ik vorige week Philippe Beliën zeggen tijdens een uiteenzetting.
Dat is een troost en een frustratie tegelijk.
In direct contact, in het echt of op scène, kan je gelukkig ook die andere “taal” inzetten, die van het lichaam. Improvisatietheater, dat jammer genoeg maar al te vaak als een zuiver verbale activiteit gepercipieerd of uitgevoerd wordt, heeft dit absoluut nodig.
Er kan dan zoveel meer gezegd worden, zoveel meer ontstaan.

Geplaatst in fysiek spel, verbaal | Getagget | 2 reacties

Alexander zegt stop

“When you’ve got it, be prepared to throw it away.”
F.M. Alexander

Wie zoiets zegt, is vast een improvriend :-) .  Toen ik een jaar of zes geleden dieper kennis maakte met de Alexandertechniek wist ik dat die manier van bewegen en handelen en denken verrijkend was voor mijn improspel.

Het is een sleutel naar een stap die vaak overgeslagen wordt. De weg vrijmaken naar impulsiviteit is immers slechts een eerste beweging. Als die weg vrij is, en alle mogelijkheden werkelijk open liggen, komt het erop aan een “stop” in te bouwen en je aandacht te richten op die éne beweging (mentaal/fysiek/verbaal) die zich aandient.

Zonder die “stop” zal een impuls slechts gebaseerd zijn op oude gewoonten. Wat impro betreft, speel je dan telkens hetzelfde personage, dwing je elk verhaal in dezelfde richting of geef je télkens diezelfde soort kwinkslag. Die “stop” zorgt dat je vanuit connectie met je medespelers, het verhaal, de scène, de muziek, het licht,… bewust ageert (i.p.v. re-ageert) en méégaat in dat éne verhaal dat zich werkelijk ontwikkelt.
Ook buiten improspel kan je mooi zien wat het effect is van die “stop”:

Prikkel krijgen + impuls volgen = chaos of naast elkaar spelen
>> in communicatie: onduidelijkheid, enkel debat, stress
>> in je lichaam: spanning en fysieke klachten, stress
Prikkel krijgen + “stop” inbouwen + gericht impuls volgen = spontaan en geconnecteerd spel
>> in communicatie: dialoog en flow
>> in je lichaam: ontspanning en vrijheid van bewegen

Naar aanleiding van Carrousel 2011, een cultuurevent in de rand van Leuven dat samenwerking tussen verenigingen uit dezelfde gemeente stimuleert, heb ik ondertussen kennis gemaakt met Monique Vanormelingen, hoofd van het Alexandertechniekcentrum in ons land. We zijn aan het ontdekken hoe het improgedachtengoed en Alexandertechniek elkaar kunnen bevruchten. Zo heb ik een impro-workshop begeleid bij haar studenten, en ik voelde me ontzettend gesterkt door hun enthousiasme over impro en de “andere manier” die het voor hen was om weer op datzelfde te trainen. Het was duidelijk, we spreken dezelfde taal. Als je dit mee wil ontdekken kan je deelnemen aan de workshop die Monique en ik samen begeleiden tijdens Carrousel (zie www.carrousel2011.be)

Onderstaand schema geeft de totale beweging (laten binnenkomen – stop – ageren) mooi visueel weer.

bron: C. Otto Scharmer, Theory U (voor … een volgend blogmoment :-) )

Geplaatst in impulsen, loslaten, waarneming | Plaats een reactie

Een nieuwe categorie!

Al enige jaren verzorgen we de cursussen improvisatietheater bij Wisper te Leuven. Wisper hanteert in haar cursusaanbod de volgende categorieën: audiovisuele kunsten, beeldende kunsten, dans, literatuur, muziek en theater. Het lijkt dan ook voor de hand liggend dat we met improvisatietheater vallen onder de categorie ‘theater’.
Een aantal weken geleden organiseerde Wisper een gastdocentendag voor elke categorie. Als improvisatietheater-docenten werden we dan ook uitgenodigd deel te nemen aan een workshop die viel onder de categorie ‘theater’, evenals de docenten clownerie. Het werd een workshop met de focus op regie. Hoe begin je aan een theaterstuk? Start je als regisseur louter tekstueel of eerder vormelijk? Laat je de evolutie komen vanuit je acteurs of heb je als regisseur een vastomlijnd idee? De inhoud van deze workshop verdient natuurlijk meer nuanceringen dan hier omschreven, maar ik was verrast door de evidente keuze voor ‘teksttheater’.
In improvisatietheater bestaan er ook formats waarin geregisseerd wordt, denk maar aan Gorilla Theatre™ van Keith Johnstone, een format waarin elke speler op zijn beurt regisseur is van de andere spelers. Maar regie binnen impro kan men onmogelijk vergelijken met regie binnen teksttheater. De scène zelf wordt hier en nu gespeeld. Een regieaanwijzing heeft als doel de scène, indien nodig, een interessante kant op te sturen door een zeer concrete aanwijzing te geven. De regisseur moet ook op het moment zelf beslissen of zijn interventie noodzakelijk en nuttig is. Eens het moment voorbij is, is er geen terugkeer meer mogelijk. De scène gaat alleen maar vooruit. Men kan dus achteraf ook niet gaan discussieren of een andere aanpak nodig was, wat het beste resultaat had kunnen opleveren en men speelt de scène niet opnieuw.

Die docentendag van Wisper bracht ons dus bij de vraag: horen we eigenlijk wel thuis onder de categorie ‘theater’? Er zijn inderdaad gelijkenissen tussen theater (of het nu tekst- of bewegingstheater is) en improvisatietheater: we staan op een scène, we gebruiken acteurs en we brengen verhalen door middel van interactie tussen personages. Het grote verschil is echter het eindproduct. Aan het eindproduct van theater wordt op voorhand gebeiteld en geschaafd, het eindproduct van improvisatietheater komt tot stand op het moment zelf. Hier en nu. En het komt nooit meer in dezelfde vorm terug.
Theaterdocenten gebruiken dan wel eens improvisatie naar aanloop van het uiteindelijke product, maar op een bepaald moment wordt het stuk vastgelegd en ontstaat er een script. Een script dat onbestaande is in improvisatietheater.

In trainingen gebruiken we vaak het beeld van voetbal en sport in het algemeen. We ‘trainen’, we repeteren niet. We trainen in de hoop om een goeie ‘match’ te spelen. De Belgische Improvisatie Liga spreekt over haar voorstellingen ook als zijnde ‘matchen’, gebruikt ‘scheidsrechters’ en speelt in ‘ploegen’. Keith Johnstone ontwikkelde de format ‘Theatresports™’. Horen we dan eerder thuis onder de categorie ‘sport’?
Neen, want we doen het niet om te winnen. In sommige formats spelen we, onder het mom van ‘tegen’ elkaar te spelen, uiteindelijk toch weer ‘samen’ met als doel goede verhalen te brengen.

Wordt het geen tijd dat we onszelf een eigen categorie toeëigenen? ‘Improvisatie’! We spreken niet langer over improvisatietheater maar over theaterimprovisatie. En de subcategorieën van improvisatie zijn: theaterimprovisatie, dansimprovisatie, muziekimprovisatie,… alle vormen van het brengen van ‘iets’ zonder vastgelegd script. Alleen dan krijgt improvisatie de plaats die ze verdient: een zelfstandige podiumkunst.

Geplaatst in hier en nu, uit het niets | 2 reacties

To be A.I. or not to be A.I.

Gisteren vond in Leuven een ontmoetingsdag plaats over Appreciative Inquiry, georganiseerd door het Lerend Netwerk “Ontwikkelen vanuit talent en bezieling”.
Wat zalig om eens als deelnemer op een congres aanwezig te zijn. Beroepsmisvorming maakte evenwel dat ik informatie downloadde in mijn “wat voor impro-format kunnen we hier straks op plakken?”-schuif. :-)
Nu, sowieso stond dit thema dicht bij impro, dat was ook mijn drijfveer om er heen te gaan.

“Appreciative Inquiry”, is dat niet gewoon “gezond boerenverstand”? vroeg iemand in de gang voor aanvang van het congres. (Zelf vraag ik me af, “Appreciative Inquiry”, is dat niet gewoon EHNO, Eerste Hulp Na Onderwijs ?)
De keynote speaker relativeerde de boerenverstand-opmerking enigszins, maar onderstreepte toch dat het inderdaad “no-nonsense” is en “basic”. Ook Professor René Bouwen bracht dat aan, toen hij aanstipte dat organisaties die er onmiddellijk vlam door vatten eigenlijk al door het A.I-principe aangestoken waren, dat dit hen reeds dreef.
Het is dus geen theorie dat je van a tot z moet gestudeerd en doorworsteld hebben om in staat te zijn om het toe te passen. Er zíjn al sterke A.I.-mama’s of papa’s, -collega’s, -vrienden, -bazen,.. en die zijn er ook al altijd geweest.
De man die de term als eerste gebruikte, David Cooperrider, eigent zich A.I. als theoretisch model dan ook niet toe: het behoort aan velen.

Wil de eenvoud van het theoretisch concept dan zeggen dat het minder waardevol is voor organisaties en bedrijven, en voor de leiders van vandaag ?

Neen in tegendeel!
De praktijk bewijst immers hoe “niet gewoon” we het over het algemeen zijn om:
- naar oplossingen te kijken in plaats van naar problemen
- naar mogelijkheden in plaats van naar oorzaken, fouten en zondebokken
- naar talenten in plaats van naar gebreken
Mensen zijn vaak super-verrast als ze ontdekken hoezeer het “ja maar” patroon in hun dagelijks leven gesleten is, en hoe bevrijdend kan zijn naar een meer creatieve modus over te schakelen en zich te storten in het ongekende. Over te schakelen naar de “Ja en”-modus. A.I. brengt voor mensen en organisaties soms gigantische verschuivingen teweeg, getuige de verhalen van mensen uit het A.I.-lerend netwerk.

Wil de eenvoud van het concept dan zeggen dat het gemakkelijk is?

Het is niet moeilijk, maar net zoals bij improviseren vraagt het training (om je gewoonte-patronen te doorbreken) en de bereidheid om uit je vertrouwde denkkaders te stappen.
En om onbevooroordeeld en diép te luisteren. Het vraagt discipline om hier steeds beter in te worden. Ik weet ook niet of ik ooit een punt zal bereiken waarop ik denk “Nu kan ik het.”
Iets of iemand waarderend benaderen vraagt dat je bereid bent een duik te nemen in het onbekende. Dat je de ander vertrouwen schenkt, zodat die voluit vanuit zijn kern kan “dromen”. Dat je de controle wil en kan loslaten: de controle om dat iets of iemand in bepaalde bewust of onbewust vooropgestelde sjablonen te doen passen.
En net zoals bij verhalen bouwen: het gaat niet om wat “realistisch” is, wel om wat MOGELIJK is.
Als je deze principes samen gaat toepassen, kom je direct tot tot co-creatie.

Net de bescheidenheid en de toegankelijkheid van de A.I.-principes spreekt me aan. En zoals uit vorige alinea reeds blijkt, de treffende gelijkenissen met het impro-gedachtengoed. Een kick-off bijeenkomst enkele jaren geleden voor het vuurwerkt-project van Stebo, waar Inspinazie impro op maat bracht, was onze eerste kennismaking met A.I. In het voorbereidende gesprek dat ik had met Griet Bouwen, wisten we direct: we spreken dezelfde taal!

“Improvisatie” en “A.I.” samen googelen levert interessante artikelen op.
Een passage uit een van de pagina’s die je op die manier tegenkomt (van “The Positive Principle: Building Your Capacity for Improvisation and Appreciative Inquiry”):

Improvisation, like AI, is founded on a positive principle—the principle of Say, “Yes, and . . .” (Meyer, 2000: 63). Improvisers must accept (or say, “yes”) to anything they discover on stage, receive from another player or the audience. They cannot stop at acceptance, however, they must move the action forward by adding their own discoveries (saying, “and . . .”). This positive orientation is the foundation for improvisation success, as it is for all creative collaborations in business and life.

De linken die gisteren naar boven kwamen waren trouwens niet enkel inhoudelijk, maar ook “in de vorm”, en dat vond ik schoon…

Wim Roosens van Pedagogisch Centrum Wagenschot vertelde gisteren in een van de workshops dat A.I. bij hen pas echt ingang is beginnen vinden toen de trekkers beseften dat ze moesten stoppen met erover praten, en het gewoon moesten gaan zijn. Hij versterkte dit met een mooie variant op een theatraal citaat: To be A.I. or not to be A.I., that is the question.

Er werd aan mensen die wereldcongressen A.I. hadden bijgewoond gevraagd wat deze congressen zo bijzonder maakte. Ik hoorde:
- de snelheid waarmee honderden mensen zich met elkaar verbonden voelden
- de diepgaande directe uitwisselingen
- het spontane aanbod van mensen om dingen te doén en te brengen op het congres
- het feit dat wat je er meemaakt nog een heel jaar blijft nazinderen
- de lange tijd die nodig is om afscheid te kunnen nemen na afloop :-)
Ik heb dit ook meegemaakt. Tijdens het laatste wereldcongres van het Applied Improvisation Network. Het was de eerste keer dat ik er heen ging en het was een heerlijke ervaring. Via Inspinazie maak ik zeer veel congressen en studiedagen mee en nog nooit had ik dit gevoeld: iedereen is met volle goesting aanwezig, en neemt de volle verantwoordelijkheid voor wat hij uit het congres kan halen. De synergie tussen de speelsheid en de leerbereidheid. Ook hier dus een link..

En een vormelijk detail dat te mooi lijkt om echt toevallig te zijn, zijn de initialen van Appreciative Inquiry en Applied Improvisation.

Ik ben ervan overtuigd dat A.I. en A.I. een mooi huwelijk kunnen aangaan :-)

Geplaatst in co-creatie, luisteren, niet-oordelend denken, positief, vertrouwen | Plaats een reactie

Impro maakt gelukkig

De gelukscoach is een online programma dat gebaseerd is op wetenschappelijke principes uit de positieve psychologie en de cognitieve gedragstherapie. Op initiatief van CM werd beroep gedaan op het Trimbos instituut (die het programma reeds voor Nederland ontwikkelde) en op ISW Limits, een spin-off van de KU Leuven.
Mensen ervan bewust maken dat ze zelf aan hun geluk kunnen ‘werken’, is de boodschap. Immers, de Belgische ziekteverzekering betaalt per jaar naar schatting 800 miljoen euro aan uitkeringen uit aan mensen met psychische problemen.
(bron: http://www.online-hulpverlening.be/blog/2011/online-hulpverlening/cm-lanceert-de-online-gelukscoach/)

Wees echt aanwezig in het hier en nu. Laat dat nu één van de te volgen sporen zijn binnen de gelukscoach, alsook één van de basisvereisten van improvisatietheater!
Ook andere sporen binnen het CM-geluksplan zijn concrete vertalingen van basisattitudes binnen improvisatietheater: ‘Zet een eerste stap naar wat je wil’, ‘Maak je doelen concreet’, ‘Luister meer, praat minder’, ‘Durf fouten maken’,…

Met andere woorden: impro maakt gelukkig! :-)

Luister zeker ook naar de achtergrondmuziek van de demofilm gelukscoach, muziek van Kevin Decock, muzikant bij Inspinazie Tout-Court!

Geplaatst in hier en nu, luisteren, positief | Plaats een reactie

De weg vrijmaken naar impulsiviteit

Elke keer opnieuw ben ik zelf verbaasd over hoe wààr het is dat “impro leren” in eerste instantie gaat over loskomen van patronen en gewoonten, en over het terug aanleren wat  je ooit afleerde. Of eerst: afleren wat je aangeleerd kreeg (om wat je kon af te leren).

“Hoe zal ik inspiratie hebben???” vragen cursisten in paniek als ze de opdracht krijgen de scène op te gaan, naar hun medespeler te kijken en zonder nadenken bv. een pose aan te nemen op basis van wat ze waarnemen, van wat ze voelen,… om dan pas “het woord te nemen”.  Om te spreken op basis van wat zich werkelijk aandient, in plaats van op basis van originele hersenspinsels.

Het geheim is.. dat er geen trucs en tips zijn om te improviseren. Het werk ligt hem in de vrijheid creëren om te KUNNEN improviseren. Je kan niet leren om impulsen te volgen. Sterker nog, je hoéft dit niet te leren! Je hebt het altijd al gekund. Je hebt gaandeweg echter aangeleerd gekregen om die impulsen te verbergen (soms ook voor jezelf), in te houden, en nog erger: te veroordelen.
Dat is niet voor niets. In heel wat situaties is het handig om in patronen en gewoonten te werk te gaan. Als ik telkens opnieuw zou moeten nadenken over hoe ik moet fietsen, zou me dat nodeloos veel energie kosten. Als ik impulsief reageer in het verkeer zal ik wellicht ongelukken veroorzaken. Als ik alleen maar mijn impulsen volg, krijg ik vast problemen op sociaal vlak. Alleen zijn er MASSA’s momenten en situaties waarin de mechanismen die we in het leven geroepen hebben om onze impulsen te bedwingen over-aanwezig zijn.
En onze maatschappij schreeuwt om creativiteit en innovatie! Laat vieren die teugels… Improviseer!

Hoe kan je nu die voorwaarden scheppen om je impulsen te herkennen en te volgen.

zintuigen openzetten: een impuls is een reactie op iets anders. Je kan pas reageren op iets anders als je het andere ziet, hoort, voelt. Beginnende spelers hebben vaak geen idee van bijvoorbeeld de gezichtsuitdrukking die de medespeler had op het moment dat ze zelf aan het woord waren.
We hebben dan ook niet direct de (school)-cultuur waarin zintuiglijke waarneming en beleving veel plaats krijgt. Veel te vroeg, en in de meeste scholen vooral op veel te abstracte wijze, worden we gestuurd in denkkaders van taal en wiskunde en in het opnemen van allerhande harde data.

oordelend denken uitschakelen: dit blijkt vaak de grootste aha-beleving in impro-initiatie, en ook het moeilijkste obstakel.
Nochtans.. ELK IDEE IS GOED! Er valt niets te overwegen. Er is een wezenlijk verschil tussen kiezen en beslissen. In impro beslis je. Als je dat doet terwijl je in connectie bent met je medespelers, het verhaal en de fysieke ruimte om je heen, als je zintuigen dus openstaan.. is die beslissing altijd goed!

controle loslaten: paradoxaal genoeg hou je de controle over een scène door de controle los te laten. Het is zoals skydiven: je zorgt voor de balans, maar laat verder de wind zijn werk doen.
Als twee spelers beiden de controle willen houden over het verhaal ontstaat er sowieso een strijd tussen twee ego’s op scène.

defensie-mechanismes ontmantelen: zelfs wanneer we bereid zijn om ons over te geven aan het verhaal, staan we vaak nog versteld van de negatieve keuze die we vaak innemen. Iemand vraagt je ten huwelijk en je wijst hem af. Iemand heeft een cadeau in de handen en je zegt dat je allergisch bent aan konijnen. Dit kan allemaal evengoed leiden tot zeer interessante verhalen, impro-fixers weten hoe dit aan te pakken. Het is wel goed te beseffen dat zo’n reactie vaak de laatste strohalm is van de controlefreak in ons: als we het onze niet kunnen doorduwen, kunnen we nog altijd weglopen van het andere.

Als je weet hoe je het afschermen, controleren en oordelen bewust kan uitschakelen, dan ben je weer vrij om ten volle te observeren in de meest brede zin van het woord en je impulsen te volgen.
Om prompt in actie te schieten.
Om het verhaal, dat zich reeds aandiende, te vertolken.

Dit laatste brengt me bij Theory U, en dat is voor een volgend blogmoment..

Geplaatst in ego, impulsen, loslaten, niet-oordelend denken, samenspel, waarneming | 2 reacties

Haiku

Samen en scheppend
Omvormend het niets tot iets
Van Ego tot duo

Herman Van Rompuy, voorzitter Europese Raad

Geplaatst in ego, samenspel, uit het niets | Plaats een reactie