Elke keer opnieuw ben ik zelf verbaasd over hoe wààr het is dat “impro leren” in eerste instantie gaat over loskomen van patronen en gewoonten, en over het terug aanleren wat je ooit afleerde. Of eerst: afleren wat je aangeleerd kreeg (om wat je kon af te leren).
“Hoe zal ik inspiratie hebben???” vragen cursisten in paniek als ze de opdracht krijgen de scène op te gaan, naar hun medespeler te kijken en zonder nadenken bv. een pose aan te nemen op basis van wat ze waarnemen, van wat ze voelen,… om dan pas “het woord te nemen”. Om te spreken op basis van wat zich werkelijk aandient, in plaats van op basis van originele hersenspinsels.
Het geheim is.. dat er geen trucs en tips zijn om te improviseren. Het werk ligt hem in de vrijheid creëren om te KUNNEN improviseren. Je kan niet leren om impulsen te volgen. Sterker nog, je hoéft dit niet te leren! Je hebt het altijd al gekund. Je hebt gaandeweg echter aangeleerd gekregen om die impulsen te verbergen (soms ook voor jezelf), in te houden, en nog erger: te veroordelen.
Dat is niet voor niets. In heel wat situaties is het handig om in patronen en gewoonten te werk te gaan. Als ik telkens opnieuw zou moeten nadenken over hoe ik moet fietsen, zou me dat nodeloos veel energie kosten. Als ik impulsief reageer in het verkeer zal ik wellicht ongelukken veroorzaken. Als ik alleen maar mijn impulsen volg, krijg ik vast problemen op sociaal vlak. Alleen zijn er MASSA’s momenten en situaties waarin de mechanismen die we in het leven geroepen hebben om onze impulsen te bedwingen over-aanwezig zijn.
En onze maatschappij schreeuwt om creativiteit en innovatie! Laat vieren die teugels… Improviseer!
Hoe kan je nu die voorwaarden scheppen om je impulsen te herkennen en te volgen.
zintuigen openzetten: een impuls is een reactie op iets anders. Je kan pas reageren op iets anders als je het andere ziet, hoort, voelt. Beginnende spelers hebben vaak geen idee van bijvoorbeeld de gezichtsuitdrukking die de medespeler had op het moment dat ze zelf aan het woord waren.
We hebben dan ook niet direct de (school)-cultuur waarin zintuiglijke waarneming en beleving veel plaats krijgt. Veel te vroeg, en in de meeste scholen vooral op veel te abstracte wijze, worden we gestuurd in denkkaders van taal en wiskunde en in het opnemen van allerhande harde data.
oordelend denken uitschakelen: dit blijkt vaak de grootste aha-beleving in impro-initiatie, en ook het moeilijkste obstakel.
Nochtans.. ELK IDEE IS GOED! Er valt niets te overwegen. Er is een wezenlijk verschil tussen kiezen en beslissen. In impro beslis je. Als je dat doet terwijl je in connectie bent met je medespelers, het verhaal en de fysieke ruimte om je heen, als je zintuigen dus openstaan.. is die beslissing altijd goed!
controle loslaten: paradoxaal genoeg hou je de controle over een scène door de controle los te laten. Het is zoals skydiven: je zorgt voor de balans, maar laat verder de wind zijn werk doen.
Als twee spelers beiden de controle willen houden over het verhaal ontstaat er sowieso een strijd tussen twee ego’s op scène.
defensie-mechanismes ontmantelen: zelfs wanneer we bereid zijn om ons over te geven aan het verhaal, staan we vaak nog versteld van de negatieve keuze die we vaak innemen. Iemand vraagt je ten huwelijk en je wijst hem af. Iemand heeft een cadeau in de handen en je zegt dat je allergisch bent aan konijnen. Dit kan allemaal evengoed leiden tot zeer interessante verhalen, impro-fixers weten hoe dit aan te pakken. Het is wel goed te beseffen dat zo’n reactie vaak de laatste strohalm is van de controlefreak in ons: als we het onze niet kunnen doorduwen, kunnen we nog altijd weglopen van het andere.
Als je weet hoe je het afschermen, controleren en oordelen bewust kan uitschakelen, dan ben je weer vrij om ten volle te observeren in de meest brede zin van het woord en je impulsen te volgen.
Om prompt in actie te schieten.
Om het verhaal, dat zich reeds aandiende, te vertolken.
Dit laatste brengt me bij Theory U, en dat is voor een volgend blogmoment..